Hoe gedachtenstroom stopzetten?

Hoe kan je gedachten stopzetten?

Na de lezing over faalangst kwam de vraag : “Hoe kan je gedachten stopzetten?”

Ons menselijk brein is zo meesterlijk geschapen dat we ontelbare gedachten krijgen gans de dag en soms ‘s nachts lang. Wanneer dat leuke, boeiende, creatieve gedachten zijn is dat meestal niet zo erg. Tenzij de slaap eronder lijdt natuurlijk.

Maar als het piekergedachten en doemgedachten zijn  dan wil je die meestal zo snel mogelijk weg.
Wat je wel al wist waarschijnlijk is dat wat je aandacht geeft ,groeit.
Als je een zaadje van een tomaat geplant hebt en je geeft dat warmte en water dan groeit dat.
Dit gaat net zo met onze gedachten. Dat wil zeggen dat de piekergedachten steeds groter worden want je geeft ze aandacht. Het gekke is dat je probleem daar eigenlijk niet mee opgelost is.
Om dingen op te lossen is actie nodig en ga je best naar de doe-modus. In de pieker-modus blijf je bij de pakken zitten en ben je in de zit-modus.

Ga van zit-modus naar doe-modus.

Dus ben je je bewust van je zit-modus en piekergedachten… onderneem dan actie.
Doe iets waar je je gedachten moet bijhouden en combineer dat met een lichamelijke activiteit.
Zo worden beide hersenhelften aangesproken.
vb. een muziekinstrument spelen, naaien, breien, timmeren, tuinieren,…
Trek je wandelschoenen aan of neem je fiets en ga naar buiten of trek een loopspurtje.
Zuurstof werkt verhelderend.
“Ja,maar zelfs als ik loop,wandel of fiets dan nog blijf ik met die gedachten bezig in mijn hoofd.”

Dat kan want het is niet omdat je lichamelijk bezig bent dat je gedachten automatisch uitgeschakeld worden. Je kan ze wel bewust mislijden.
Je bent dus aan het fietsen langs de dijk. Of aan het wandelen in het bos of langs de velden.
Gebruik al je zintuigen en benoem luidop of stilletjes in je hoofd wat je allemaal opmerkt.
Voel de wind die snijdt tegen je benen.
Hoor het schreeuwen van de meeuwen.
Zie hoe een scholekster als een raket door de lucht vliegt en meedeinend op de wind als een zweefvlieger hangt in de lucht.
Proef het zilte van de zeelucht.Ruik het mos op de paadjes.
Snuif de geur van vallende blaadjes op.Zie de eerste lentebloesems.
Voel de regen druppelen langs je wimpers op je wangen.
Benoem dit alles en wees dankbaar voor al die mooie dingen die je tegenkomt.
Je kan maar aan 1 iets tegelijk denken…

Ik hoor je nu al zeggen: “Ja, maar ik woon in het stad…. Ik kan toch moeilijk die stinkende lucht van de uitlaatgassen leuk vinden om in te ademen.”
Helemaal juist. Maar ook in de stad kan je een wandeling maken.
In plaats dat je op een terrasje zit en mensen observeert ,wandel je en observeer je mensen.
Verzin er verhaaltjes bij. vb. “Die man komt van zijn werk,…ah hij heeft een boeket rozen bij.
Hij gaat misschien op bezoek bij zijn bejaarde oma die 94 jaar oud is vandaag…Straks gaan ze samen een warme koffie drinken.”
Je kan maar aan één ding tegelijk denken. Dus als je je gedachten naar de dingen in je omgeving verplaatst,ben je eventjes niet meer bezig met je eigen piekergedachten. En ontspan je eventjes.

Vol vertrouwen of angstig voor de eerste schooldag?

person-907723_1280

In de meeste scholen gaat aan de 1ste september een open klasdag vooraf.
De dag waar je als ouder en kind het reilen en zeilen leert kennen van de nieuwe juf/meester.
Het is ook het moment om de geur en het interieur van de nieuwe klas op de snuiven.
Als je leergierig en zelfzeker  in het leven staat dan kijk je misschien al dagen uit naar die dag want je kijkt vol verlangen uit naar al die nieuwe dingen.
Je krijgt gezonde kriebels in je buik als je eraan denkt.
Met veel plezier verlang je om je vrienden terug te zien om samen nieuwe dingen te kunnen leren.

Helaas zijn er ook andere kinderen/jongeren die daar anders mee omgaan.
Het idee al dat ze opnieuw naar school moeten, bezorgt hen nu al slapeloze nachten.
Die kinderen/jongeren kijken niet met gezonde kriebels in hun buik naar het nieuwe schooljaar.
Nee, zij starten al met een gevoel van angst dat hen overmeestert.

Angst om de vrienden terug te zien.

“Zal ik er dit jaar wel bijhoren?”
“Hopelijk verwijten ze me dit jaar niet?”
“Ik wil echt niet meer uitgelachen en uitgesloten worden.”

Angst voor het nieuwe klaslokaal.
“Ik was nu juist mijn plekje in de vorige klas gewoon.”
“Ik kon nu juist de geluiden een plaats geven.”
“Dat flikkerende licht kon ik eindelijk verdragen zonder dat mijn concentratie tijdens de les verminderde.”
“Ik wist wanneer het warm of koud kon zijn in de klas. En durfde dan ook m’n trui uitdoen.”

Angst voor de nieuwe juf/meester.
“Mijn vorige juf verstond me en aanvaardde me hoe ik was.”
“Die nieuwe meester ziet er zo streng uit. Hij zal nooit begrijpen dat ik vaak angstig ben en dan zomaar ineens huil.”
“De dingen die voor de anderen normaal zijn , zorgen voor mij voor duizenden vragen. Kan ik die dan stellen aan de juf?”
“De meester weet niet dat ik over alles heel veel nadenk en me vaak zorgen maak.”

Angst voor het leren.
Kinderen die moeite hebben met vb. taal , rekenen, schrijven of zelfs zwemmen, turnen, zingen, knutselen, samenspelen… maken zich nu al vaak zorgen.Ze willen immers presteren zoals de beste van de klas of zoals hun goede vriend.
Maar door een klein mankementje van de natuur hebben ze de pech met een etiketje rond te lopen.
Een labeltje zoals vb. dyslexie, dyscalculie, ADHD, DCD,ASS, hoogbegaafdheid,…
Deze kinderen hebben al zo vaak teleurstellingen gehad dat de moed hen vaak al voor dag 1 in de schoenen zakt.
Vaak krijgen ze dan nog te horen dat ze maar wat beter hun best moeten doen. Dat ze wat minder lui moeten zijn en meer opletten in de klas.
Wat als ze echt het onderste uit de kan proberen te halen, maar dat het hen allemaal te veel wordt?
10 Tips om met die angsten voor de eerste schooldag om te gaan.

 

  • Accepteer kinderen zoals ze zijn en probeer je in te leven in hun gedachten en gevoelens.
    Minimaliseer het niet, maar spreek het kind bemoedigend aan.
    Zeg ook niet dat ze nu eindelijk groot moet worden en ophouden met zo kinderachtig te doen. Zo denkt het kind dat het fout is. Die angsten zijn echt voor het kind.
    Alleen is het nodig om met die angsten te leren omgaan.
  • Zoek samen waar het kind rustig van wordt. Dat kan iets klein zijn dat hij/zij in de jaszak stopt.
  • Vertel je kind hoe je misschien zelf als kind de eerste schooldag ervaarde. En dat dat eng gevoel normaal is , maar ook overgaat.
  • Probeer de angst een plaats te geven en er een oplossing voor te helpen bedenken.
  • Soms er gewoon zijn en luisteren.
    – Een troostende schouder aanbieden.person-828536_1280
    – Een blijk van medeleven kan soms voldoende zijn.
    – Een blik van verstandhouding
    – Een glimlach
    – Een knipoog
    – Een beweging met het hoofd
  • Je kind even tegen je aandrukken zodat het je geborgenheid voelt.
  • Wees alert op de emotionele signalen van je kind.
    – Ineens heel teruggetrokken en stil zijn.
    – Vaker wenen dan gewoonlijk.
    – Ineens veel drukker zijn dan anders.
    – Minder goede nachtrust hebben.
    – Opnieuw bedwateren.
    – Veel meer beginnen eten.
    – Geen hap meer door de keel krijgen.

Leer je kind ademen vanuit de buik.